nieuwjaarstoespraak burgerzaal
09 januari 2012
Leverende organisatie | Aangeleverd op 20-01-2012
2011 was een bewogen jaar. Dat zeggen we elk jaar tegen elkaar, zeker in Rotterdam. Want deze stad is altijd in beweging, niets is gewoon. Dingen gebeuren hier altijd eerder. Hier gaat alles verder of hoger. Met de stroom mee of tegen de wind in.
Ook in uw persoonlijke leven heeft u ongetwijfeld hoogtepunten beleefd. Geboorten en bruiloften gevierd, maar vast ook pijnlijke momenten meegemaakt. Zo ook onze stad.
De beste linksbuiten allertijden, Coen Moulijn, overleed. Wat Coen zo geliefd maakte, was dat hij zo gewoon bleef, ondanks zijn ongekende prestaties. Met de Coen Moulijnweg langs de Kuip houden we Coen in herinnering.
Ook Tonny van Ede, de beste Spartaspeler aller tijden, overleed vorig jaar. De hoofdtribune in het Kasteel is naar hem vernoemd. In april overleed Nora Storm. Vijftien jaar lang gaf zij verslaafde dak- en thuislozen onderdak, en zinvol werk. Nora Storm roeide vaak tegen de stroom in, maar altijd voor de goede zaak.
En in oktober kregen we het gruwelijke nieuws dat de tienjarige Jennefer was vermoord. Jennefer, gewoon een fijn, vrolijk meisje. Zulke dieptepunten staan in je geheugen gegrift.
Er waren ook hoogtepunten. Bijvoorbeeld op het gebied van sport. We hadden hier de wereldkampioenschappen Tafeltennis en het WK Squash. En natuurlijk de Eurogames, het grootste sport- en cultuurspektakel in Europa voor homosporters.
Steeds meer jonge Rotterdammers zijn ook aan het sporten en bewegen. De schoolsportverengingen zijn een groot succes. Bijna duizend jongens en meisjes zijn daar nu lid van en trainen in hun eigen buurt.
Ook dit jaar staat er veel op de sportkalender. Een van de hoogtepunten is de nieuwe wielerkoers tussen Rotterdam en Antwerpen: de World Ports Classic.
Het jaar 2011 was in economisch opzicht een zwaar jaar. Ook de vooruitzichten stemmen somber. Als stadsbestuur zullen we daarom ook dit jaar scherpe keuzes moeten maken, prioriteiten moeten stellen.Dat betekent ook dat sommige dingen nu gewoon niet kunnen.
Maar we gaan niet bij de pakken neerzitten. Gelukkig hebben Rotterdammers de mooie eigenschap dat zij zich niet snel laten ontmoedigen. De geschiedenis heeft al meermalen laten zien dat Rotterdam het best presteert wanneer de omstandigheden moeilijk zijn. Tegen de stroom in, met opgestroopte mouwen, en samen de schouders eronder.
Daarvoor is nodig dat we blijven investeren in onze omgeving, dat we er ook in 2012 voor elkaar zijn. Dat geldt in familieverband voor ieder van ons – en dat geldt voor de buurten en wijken waarin we wonen. Dat zie ik ook gebeuren, als ik de Rotterdammers opzoek. Hele mooie dingen, gewoon in de buurt en op straat.
Zoals het project “THUIS in Rotterdam West”, waar bewoners in het Nieuwe Westen en Middelland een voorleesboek maakten over bijzondere mensen uit hun wijk. Het boekje brengt bewoners bij elkaar.
Een simpel idee kan uiteindelijk veel betekenen. Denk aan de eetclub van Annie Verdoold, buurtmoeder van Spangen. Beroemd en berucht om haar acties tegen drugsoverlast in de jaren ’90. In het Wester Volkshuis heeft ze nu een eetclub voor ouderen opgezet, waar ouderen voor een klein bedrag twee keer per week heerlijk kunnen eten.
Zo zijn er nog veel meer voorbeelden. Vrijwilligers en sponsors die chronisch zieke kinderen een droomavontuur bezorgen tijdens de Dreamnight at the Zoo in Blijdorp. Kees Veldboer en zijn vrijwilligers van Stichting Ambulancewens, die de laatste wens van terminale patiënten in vervulling laten gaan.
Annemarie Uitjens, die met hulp van sponsoren de Sportieve Handy’s heeft opgezet, waar slechtzienden en mensen met een hersenbeschadiging in alle rust aan hun conditie kunnen werken en contacten kunnen opdoen.
Het zijn allemaal voorbeelden van Rotterdammers die zich inzetten voor elkaar en voor hun directe omgeving. Allemaal verhalen die ik hoor en zie als ik in de stad ben en waar ik als burgemeester veel inspiratie uit haal. In 2012 ga ik vanzelfsprekend door met het opzoeken van de Rotterdammers.
De ervaringen die ik daarbij opdoe wil ik met u allemaal delen. Dat ga ik de komende zes maanden doen in een wekelijkse column in dagblad Metro.
Mijn collega-nachtburgemeester Jules Deelder schreef ooit: “de omgeving van de mens is de medemens.” Laat dat een boodschap voor ons allemaal zijn. Juist in tijden van onzekerheid moeten we extra oog hebben voor de ander, voor de medemens. Als we dat doen, bouwen we aan vertrouwen. Dat vertrouwen hebben we hard nodig om onze stad door moeilijke tijden te loodsen.